|  |  | | |
Bij warmtepompen gaan we doorgaans uit van 4K temperatuurverschil tussen de in- en uitrede van het brine-water.
Dan kunnen we dus eenvoudig berekenen wat nominale volumestroom moet zijn aan de bronzijde.
We hebben te maken met een water-glycol mengsel met minimaal 30% glycol. Glycol heeft een lagere soortelijke warmte
en een hogere soortelijke massa dan water, waar dus rekening mee dient te worden gehouden in de berekening.
ρ Soortelijke massa water circa 981 [kg/m3]
ρ Soortelijke massa glycol circa 1260 [kg/m3]
c Soortelijke warmte water circa 4190 [J/(kg.K)]
c Soortelijke warmte glycol circa 2430 [J/(kg.K)]
Voor een mengsel 30% monopropyleen glycol en 70% van deze vloeistoffen betekent dit dan:
ρ Soortelijke massa glycolwater 30% = (0,3 ∙ 1260) + (0,7 ∙ 981) = 1065 [kg/m3]
c Soortelijke warmte glycolwater 30% = (0,3 ∙ 2430) + (0,7 ∙ 4190) = 3662 [J/(kg.K)]
Dan berekenen we de nominale volumestroom over de bron als volgt:
Vermogen bron = 7,47 kW = 7470 W
θin – θuit = 4K
Φafgifte
qv = --------------------- = .... [m3/s]
ρ ∙ c ∙ (θin - θuit)
In deze formule stelt voor:
qv Ontwerpvolumestroom [m3/s]
Φafgifte Afgifte vermogen afgegeven door de bron [W]
ρ Soortelijke massa glycolwater 30% 1065 [kg/m3]
c Soortelijke warmte glycolwater 30% 3662 [J/(kg.K)]
θin Ingaande brontemperatuur [°C]
θuit Uitgaande brontemperatuur [°C] |
|
|